Zen en de kunst van het verhuizen

Het is weer verhuistijd. Voor de 3e keer in 3,5 jaar tijd migreren we naar huis 4. Hoewel het een blijde gebeurtenis is - eindelijk een koophuis, een stek om eigen te maken - zorgt het ook voor onrust. Dat hele houtje-touwtje leven van ons door mijn handen laten gaan en in dozen stoppen. Vermoeiend! Alle overwinningen, teleurstellingen, ooit gedroomde projecten en uiteengevallen plannen zijn een confrontatie met mijn vroegere ik. Een vrouw naar wiens spullen ik met gemengde gevoelens kijk. Dozen met lappen waar ik ooit zelf een indianentent van zou gaan maken voor de kinderen, een pastamachine, een ijsmachine, jongleerballen, mijn strikdiploma, mijn oude microfoon met de deuk erin, stapels half uitgewerkte liedjes, financieel management voor Dummies, bakken vol gekraste twee- en vierpoters door 4 meisjes en geruststellende briefjes van de crèche “dochter heeft goed gedronken (240 cc!) en de blauwe plek boven haar oog is een bewerking met een legoblokje door peuter Jan”.  T meest schrikwekkend zijn de foto’s uit de tijd dat je foto’s nog uitprintte bij de Hema in zo’n machine. Ons kroost was nog babykroost en wij hologige, uitgeputte wezens met melkvlekken op onze schouders. Ik probeerde me in die tijd wat serieuzer te kleden om te verbloemen dat ik werkelijk geen flauw benul had van moederschap. Wie was ik toen? En waarom had ik in godsnaam die blouse aan?  Maar los van dit soort existentiële mini-crisisjes die op een gemiddelde inpakdag langskomen, krijg ik stress van mijn nieuwe postcode. Degene die ik nu heb, heb ik twee jaar en nog altijd word ik door een verlammende twijfel overvallen als er onverwacht naar gevraagd wordt. Wanneer ik me weer een klantenkaart laat aansmeren in een winkel. In Leiden, t huis waar al onze meiden geboren zijn, hadden we een droom van een code: 2313 XX, dat allitereert niet alleen heel lekker (voor zover cijfers kunnen allitereren, maar dat terzijde), maar de xx staan ook nog eens voor kus kus. Hoe leuk is dat?! De postcode in Rotterdam werd 3062 XJ. We gingen van kus, naar kusje. Allemaal nog te overzien, maar toen kwam Maastricht met 6213 CT. Waarbij de cijfers een combi zijn van onze vorige postcodes, wat heel verwarrend is voor iemand met zelfgediagnostiseerde discalculatie. De letters waren gelukkig een makkie (gewoon CT scan, beroepsdeformatie van De Man). En dan nu de nieuwe code 6212 GM. Toen ik me gisteravond hardop afvroeg hoe ik dit nu weer ging onthouden, kwam De Man met dé (ietswat seksistische) oplossing: Grote Memmen. Dit zou prima gewerkt hebben in een vuig studentenhuis vol malechauvinistic lid-en-belangrijk corpsballen, maar in mijn meisjeshuishouding waar de bril altijd omlaag staat, waar er roze zeepaardzeepjes op het poppenformaat wastafeltje liggen en vooral waar ik er prijs op stel dat er mooie woorden gebruikt worden voor mooie zaken (borsten noemen we borsten en geen tieten), is dit ezelsbruggetje niet op zijn plek....


Andere blogs: